Adolphe Pirenne

Het portret van Adolphe Pirenne is te bekijken in onze fotogalerij Architectenportretten

Het valt moeilijk te begrijpen dat een biografie[1] over Adolphe Pirenne nog niet het licht zag, vermits deze architect gedurende meer dan dertig jaar met succes en talent zijn beroep heeft uitgeoefend.

Adolphe Guillaume Edouard Pirenne is geboren te Brussel op 15 september 1876. Zijn vader kwam uit Verviers en zijn moeder was van Britse afkomst.

Hij beëindigt zijn architectuurstudies aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten van Brussel in 1901[2]. Het is nog niet mogelijk geweest uit te pluizen wat hij de twee volgende jaren uitsteekt. Reist hij rond om zijn studies te vervolledigen? Loopt hij stage bij een architect? Gezien de kwaliteit van zijn eerste verwezenlijkingen, is deze laatste hypothese de meest waarschijnlijke, maar het huidig onderzoek is er nog niet in geslaagd de naam van zijn stagemeester te ontdekken.[3].

Hij begint als architect in 1903 door zich voor enkele maanden en vestigt zich in de Duitslandstraat, bij zijn moeder[4], en verhuist dan naar het nummer 57 van de Tirolstraat[5] na zijn huwelijk, in juli 1903, met Berthe D’Ieteren. Zij is de dochter, de zus (en de toekomstige tante) van de befaamde wagenmakers[6].

Het urbanisatieplan voor het kustgehucht Duinbergen, tussen Knokke en Heist, dateert van 1901. Pirenne is een van de eerste architecten die er villa’s en cottages opricht. Zijn eerste constructie ziet er het licht in 1904. Hij verwezenlijkt er een twintigtal en draagt aldus op aanzienlijke wijze bij aan het uitzicht en het succes van Duinbergen.

Ondertussen bouwt hij in Brussel industriële gebouwen zoals een fabriek van gloeikousjes[7] en de nieuwe ateliers voor het bedrijf D’Ieteren[8], maar nog meer, in het begin vooral in Sint-Gillis, indrukwekkende herenhuizen : Charleroisesteenweg 71, Guldenvlieslaan 64, Parmastraat 69[9]. Dit laatste wordt – met foto’s beschreven in het vermaard architectuurtijdschrift Vers l’Art. Zijn faam groeit: weldra, bouwt hij in Woluwe, Vorst, Elsene, en later, in Ukkel.

In de nieuwe Edelstenenwijk in Schaarbeek, richt Pirenne in 1909 een huis op in de Emile Maxlaan, op het nummer 30.

Het jaar daarop waagt hij zich in de Opaalwijk aan een hoekpand: het nummer 40 van het de Jamblinne de Meuxplein. De taak is hachelijk want de ligging van het terrein maakt de bouwoppervlakte ondankbaar en smal. Maar Pirenne lost dit probleem meesterlijk op. [10]

Plan de Jamblinne de Meuxplein 40 (Vers l'Art 1911)

In 1911 realiseert hij nog vlakbij de Opaalwijk, in de Theodore Rooseveltstraat[11], een huis, waarmee hij de derde prijs wegkaapt op de gevelwedstrijd van de gemeente Schaarbeek voor de periode 1911-12.

Inmiddels breidt de kuststad Knokke zich verder uit, nu naar het oosten : ook in het Zoute is Pirenne bij de eerste architecten die er bouwt, reeds vanaf 1909. Blijkbaar op basis van zijn reputatie door zijn gebouwen voor Duinbergen, wordt Pirenne dat jaar door de piepjonge Compagnie Immobilière du Zoute[12] aangeduid voor het optrekken van de twee eerste cottages[13] van het Zoute in de latere Fochlaan. Het wordt het begin van een lange reeks.

In 1911 bouwt hij zijn eigen villa in het Zoute. Pirenne wordt er zo vaak gevraagd een gebouw te ontwerpen dat het best nuttig wordt er te kunnen slapen in eigen woonst. En waarom de goede lucht en de ruimte niet bieden aan zijn vrouw Berthe en de vier dochters die zij hem geschonken heeft: Germaine (°1904), Marianne (°1905) en de tweeling Cécile en Denise (°1907). Zijn gezin en hijzelf brengen verscheidene maanden per jaar door in het Zoute tot in 1915.

In 1912 organiseert de Compagnie du Zoute een architectuurwedstrijd voor het ontwerpen van cottages. Als laureaat tekent Pirenne, via deze formule, talrijke nieuwe cottages. Zo zal hij tussen 1909 en 1915 niet minder dan zestig cottages, villa’s en chalets bouwen in het Zoute. Zelfs al kunnen we spreken van een Pirenne-stijl, toch is geen van deze bouwwerken identiek[14]. Een twintigtal is nu nog te bewonderen, waarvan vele als monument door het Vlaams gewest beschermd zijn. In Knokke verwezenlijkt Pirenne ook nog de St George Anglican Church (1911), het eerste warmwaterbrongebouw (1914-25), de tennisclubhouse, de locker-house van de golf en verscheidene hotels.

In 1916 verhuist hij naar Ukkel, aan het Guido van Arezzoplein, waarvan acht huizen door hem werden verwezenlijkt[15]. Datzelfde jaar wordt hij lid van de Société Centrale d’Architecture de Belgique (SCAB).

Terwijl de architect en zijn gezin tijdens de Eerste Wereldoorlog in Brussel verblijven, gebruiken de Duitse bezetters zijn villa in het Zoute als officiersmess. Na de Grote Oorlog bouwt Pirenne, ietsje verder in hetzelfde paadje als zijn oude cottage, een nieuwe villa[16], waar zijn gezin en hijzelf van 1919 tot 1928 weer verscheidene maanden per jaar doorbrengen.

In Brussel en omgeving, wordt Pirenne nu veel gevraagd voor de bouw van luxueuze appartementsgebouwen zoal die van het Georges Brugmannplein 30 en 33 in Elsene, herenhuizen zoals Sint-Michielslaan 66 in Etterbeek, of villa’s zoals het nummer 21 van de Victorialaan, vlakbij het Terkamerenbos.

IHij blijft in Knokke bouwen, maar ook in de Ardennen, onder andere in Lustin en Hotton. Hij realiseert zelfs enig bouwwerk in Congo.

Bij zijn laatste verwezenlijkingen behoren de twee huizen die hij in 1930 op de nummers 13 en 15 van de Fructidorlaan[17] optrekt voor zijn achterneef, de befaamde historicus Henri Pirenne (1862-1935).

In 1931 treedt Adolphe Pirenne toe tot het Directiecomité van de SCAB en volgt hij tevens Ernest Chaineux op als voorzitter van het Koloniaal Comité.

Helaas breekt een kanker uit, die een abrupt einde stelt aan zijn carrière. Hij overlijdt te Brussel op 12 augustus 1932. Hij was amper 55 jaar oud.

Pierre Dangles, 26 april 2012


[1] Er bestaat wel te zijner ere een franstalige website http://www.ipeswavre.com/pirenne/index.htm waaraan deze biografische nota schatplichtig is.

[2] De promotie van het jaar 1901 omvatte, naast Pirenne, Victor Creten (1878-1956, later tevens befaamd als afficheontwerper), Alexis Dumont (1877-1962), Fritz Seeldrayers (1878-1963) en de Luikenaar Jules Mockel. Aan de Academie, ging Pirenne om met Joseph Diongre (1878-1963), die een jaar boven hem zat en met architect-weerstander Philippe Baucq (1880-1915), die in 1902 afstudeerde. Deze laatste, samen met Edith Cavell terechtgesteld, woonde in de Opaalwijk.

[3] Albert Dumont of Georges Hobé behoren tot ernstige pistes, hoewel een stage bij een Brits architect niet uitgesloten is.

[4] Heden Clémenceaulaan. Na de Wereldoorlog van 1914-18 kregen alle Brusselse straten die verwezen naar Duitsland, Oostenrijk-Hongarije of Italië een nieuwe benaming.

[5] Heden Antoine Bréartstraat. Zie nota hierboven. Antoine Bréart was burgemeester van Saint-Gilles. Deze nieuwe benaming van de straat was een knipoog van de geschiedenis aan Pirenne, die, voor de oorlog, voor Antoine Bréart twee herenhuizen bouwde op de nieuwe Zeedijk van Knokke-Zoute, in 1910, en twee andere huizen aan de Kustlaan in 1913.

[6] Deze inlichting, alsook andere, werd mij vriendelijk medegedeeld door Catherine Rommelaere van D’Ieteren Gallery (Historisch Archief – Documentatiecentrum).

[7] Gierstraat 43-45 in Brussel ; vernietigd of volledig omgevormd gebouw.

[8] Tussen Maliestraat en Provooststraat in Elsene. De site, die nog steeds het meer dan 200-jarig oud bedrijf D’Ieteren omvat, werd helemaal verbouwd.

[9] Dit laatste wordt later, na verbouwing in 1927 door de architect Fernand Petit, het huis Pelgrims, heden eigendom van de gemeente Sint-Gillis, die het onder andere gebruikt voor haar Cultuurdienst. Het gebouw werd door de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen beschermd in 1901.

[10] Dit levert hem opnieuw een publicatie op in het tijdschrift Vers l’Art.

[11] Huidige nummers 47-49. Opnieuw levert dit hem een vermelding met foto’s op in het architectuurtijdschrift Vers l’Art.

[12] De Compagnie Immobilière du Zoute, die dat deel van Knokke ontwierp, werd op 1mei 1908 opgericht. De nieuwe Zeedijk, waarvan de eerste steen gelegd werd op 1 juli 1908, werd op 4 juni 1909 ingehuldigd. Het bouwreglement, het zgn. Cahier des charges général pour la vente des terrains et des villas werd in maart 1909 opgesteld. De aanleg van de Elisabethlaan en van de Kustlaan dateren van 1909-1910.

[13] Deze twee cottages, gebouwd voor Britse eigenaars en Les Sangliers en Les Ifs genaamd, werden omschreven als modelwoningen aan de Belgische kust door het befaamde maar kortstondige architectuurtijdschrift Le Cottage.

[14] Pirenne publiceert in de uitgave van 28 februari 1913 van het tijdschrift Le Home een glashelder artikel Pour faire un beau cottage… dat goed de moeilijkheden beschrijft dit moeten overwonnen worden om dit soort gebouw te doen slagen en tevens de hoge kwaliteitseisen illustreert die Pirenne zich oplegde en verdedigde.

[15] Namelijk de nummers 10, 11, 12, 13, 15, 16, 18 en 19. De nummers 10 tot 13 zijn vier huizen dier hij voor zijn vier dochters oprichtte.

[16] Pirenne geeft zijn nieuwe villa dezelfde naam als zijn oude: villa L’Enclos (het omheinde, ingesloten gebied)

[17] Bij het overlijden van haar beroemde bewoner herdoopt tot Henri Pirennelaan. Even aanstrepen dat het standbeeld ter ere van Henri Pirenne de vrucht is van samenwerking tussen de beeldhouwer Adolphe Wansart en de architect Albert-Charles Duesberg, architect die ook op het de Jamblinne de Meuxplein gebouwd heeft.

Het huis de Jamblinne de Meuxplein 40, door Adolphe Pirenne, net na de bouw (Archief Familie Pirenne, met toestemming)

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen