Armand Cornut

Het portret van Armand Cornut is te bekijken in onze fotogalerij Architectenportretten

Het wordt tijd dat een student kunstgeschiedenis of architectuurgeschiedenis zich buigt over het rijk en miskend œuvre van Armand Cornut.

Hij wordt geboren in Laken op 17 mei 1904.

Cornut volgt de architectuurlessen aan de Koninklijke Academie van Schone kunsten van Brussel, waar hij het diploma behaalt in 1924. Hoewel briljant student[1], gaat hij zich nog twee jaar perfectionneren aan de Academie van Schone Kunsten te Gent, waar hij de Eerste Prijs behaalt.

Hij wordt stagiair bij Jean De Ligne (1890-1985) en werkt ook twee jaar voor Antoine Pompe (1873-1980[2]).

Hij vestigt zijn kantoor op het nummer 28 in de Willem Kuhnenstraat in Schaarbeek in een huis waarvan de gevel nu nog opvalt ten opzichte van de buurhuizen.

Op de Universele Tentoonstelling van Brussel in 1935 realiseert Cornut het opgemerkt paviljoen voor de firma Liebig.

Hij richt de firma Tubax[3] op, die meubels met stalen buizen naar zijn ontwerp fabriceert. Hij verstaat zich dus heel goed met architect Louis-Herman De Koninck (1896-1984), uitvinder van de keuken met standaardelementen Cubex. Samen verwezenlijkenk zij in 1936 in Antwerpen[4] de kantoren en tentoonstellingzalen van Ets. Van de Ven, gebouw waarvoor zij de gelijknamige prijs ontvangen. In het interbellum was de jaarlijke Prijs Van de Ven een befaamde architectuurprijs.

Vrij snelt blijkt Cornut zich te specialiseren in hoekgebouwen. Zo richt hij in het begin van de jaren 1930 het appartementsgebouw op op de hoek van de Emile Zolalaan en Iwan Gilkinstraat en dat op de hoek van de Emile Zolalaan en de Albert Giraudlaan.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat in 1936-38 de bouwheren Grasson & Huwaert Cornut uitkiezen voor de vier (!) hoeken van het kruispunt tussen de Diamantlaan en de Adolphe Lacomblélaan[5]. Cornut realiseert een verticale elegantie van grote soberheid voor die gebouwen van zes verdiepingen hoog, die alle vier gekenmerkt zijn door geenszins monumentale ingangen links en rechts versierd met witte tegels. De oplettende observator zal opmerken dat deze vier gebouwen geen identieke copies zijn.

Voor dezselfde bouwheren herneemt Cornut hetzelfde principe van een ingang met witte bakstenen met deur van sober formaat voor het zeer gelijkend gebouw van zes verdiepingen dat hij in 1939 opricht op de hoek van diezelfde Diamantlaan met de Opaallaan. Het is te vermoeden dat de Tweede Wereldoorlog de bouw van het zustergebouw heeft verhinderd op de ander hoek van dat kruispunt…

Op basis van stylistische elementen is het wel zeer waarschijnlijk dat men aan Cornut het gebouw van zeven verdiepingen kan toeschrijven[6] dat op de hoek van de Adolphe Lacomblélaan, de Victor Hugostraat (nr. 200) en de Roodebeeklaan.

Later bouwt Cornut voor de firma Eternit de fabrieken in Nederland, Italië en Zuid-Amerika. Hij wordt ook architect van de firma Marie-Thumas, van de verzekeringsmaatschappij de Nederlandse Eerste en Amidex.

Hij verwezenlijkt de maatschappelijke zetel van SABAM, in de Aarlenstraat en Jacques de Lalaingstraat.

Hij heeft les gegeven aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten van Brussel van 1934 tot aan zijn oppensioenstelling in 1966.

Aangetrokken door de schilderkunst volgt Cornut les aan het École des Arts et Métiers van Etterbeek, waar hij les krijgt van Albert Philippot[7], specialist van de technieken van de Vlaamse en Italiaanse primitieven.

Ook als schilder en aquarellist kent Cornut succes en onderscheidingen. Hij schildert voornamelijk portretten, zeegezichten en landschappen. Haast elk weekeind begeeft hij zich naar Nieuwpoort, waar hij een (niet meer bestaande) villa heeft gebouwd, en schildert hij.

Armand Cornut overlijdt in Lasne op 21 september 1989.

Pierre Dangles, 12 augustus 2012



[1] Hij zou de eerste prijs behaald hebben in elke discipline : studie van de orden, sierleer, antieke koppen, beschrijvende meetkunde, perspectief en schaduwtekenen (Georges De Hens & Victor G. Martiny, Une école d’architecture des tendances 1766-1991, Bruxelles 1992 ; p. 110).
[2] Deze data bevatten geen typfout : Antoine Pompe is inderdaad overleden op 106-jarige leeftijd. Ik vind het leuk te vermelden dat hij op 79-jarige leeftijd zijn eigen huis aan de Kasteleinsstraat te Elsene in lijfrente verkocht …
[3] In de jaren 1950 creërt architect Willy Van der Meeren (1923-2002) ook nieuwe meubels voor Tubax.
[4] Lange Gasthuisstraat. Het gebouw bestaat niet meer.
[5] Ik maak van de gelegenheid gebruik om aan te stippen dat als het gemeentebestuur de oorspronkelijke benamingen van deze lanen niet had gewijzigd, men nu zou spreken over het kruispunt van de Robijnenlaan en de Cameelaan.
[6] Het bouwdossier op het archief stedebouw van de gemeente Schaarbeek is zoek.
[7] Korte tijd na het behalen van de Prijs van Rome voor Schilderkunst, huwt Albert Philippot (1899-1974) de dochter van de befaamde kunstschilder-restaurator Joseph Van der Veken, die onder andere de kopie van de Rechtvaardige Rechters, het gestolen luik van het Lam Gods van Van Eyck. Gedurende meer dan twintig jaar combineert Philippot zijn activiteiten als restaurator, vaak in samenwerking met zijn schoonvader, en als kunstschilder tot een vliegende bom op het einde van de Tweede Wereldoorlog haast zijn volledige oeuvre vernielt. Aan het begin van de jaren 1950 wordt hij hoofdrestaurator van de Koninklijke Musea van Schone Kunsten van België en van het Koninklijk Instituut van Kunstpatrimonium. Zijn invloed op de kwaliteit van schilderkunstrestauratie in België is aanzienlijk. Daarenboven heeft hij aan de École des Arts et Métiers van 1926 tot 1956, heel wat kunstschilders met naam gevormd.

 

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen