Arthur Verhelle

Het portret van Arthur Verhelle is te bekijken in onze fotogalerij Architectenportretten

Arthur Verhelle is geboren in Brugge op 15 april 1865.

Van 1881, op 16-jarige leeftijd, tot 1887, studeert hij aan de Academie van Brugge, onder andere architectuur bij Louis Delacenserie[1]. Hij verhuist naar de Koninklijke Academie van Brussel, waar hij in 1890 afstudeert, om deel te nemen aan de Prijs van Rome die hij datzelfde jaar wint[2]. Die prijs laat hem toe zich te bekwamen in Italië en Griekenland. Na die studiereis van vier jaar vestigt hij zich in Brussel in de nieuwe Noordoostwijk die er uit de grond rijst: hij heeft zijn atelier eerst in de Archimedesstraat 42, en dan, in 1898, in de Michelangelolaan 30, op een terrein dat hij overkoopt van een cliënt met aanpassing naar eigen smaak van de gevelplannen, die hij al getekend had.

Vanaf het begin werkt hij ook buiten Brussel. Zo werkt hij in 1896 een voorstel uit voor de restauratie van de Sint-Pancratiuskerk van Kraainem waarvan hijzelf slechts de restauratie van de koorvensters zal uitvoeren.

In 1898 verwezenlijkt hij voor de gemeente Verviers het monument voor de componist Henri Vieuxtemps en werkt daarvoor samen met de beeldhouwer Egide Rombaux[3], voor wie hij later, in 1906, een huis met atelier bouwt in Ukkel. Voor de beeldhouwer Jules Lagae, bouwt hij ook huis met atelier, in 1896, met uitbreiding in 1905.

In Brussel bouwt hij overal[4] maar uitvoerig in de buurt van zijn nieuw huis met atelier, Brabançonnelaan 6, gebouwd in 1900. Nog dichter bij onze Opaalwijk, namelijk, in de Renaissancelaan, voert hij, in het begin van de 20ste eeuw, uitbreidingswerken uit aan het pas gebouwde Dominicanenklooster.

In 1906 werkt hij samen met de beeldhouwer Godefroid Devreese[5] voor de oprichting (1906-1912) in Kortijk van het Herdenkingsmonument voor de Guldensporenslag[6].

Hij heeft ook meerdere herenhuizen in onze Opaalwijk opgericht. Voor de woning van het de Jamblinne de Meuxplein nummer 32 behaalt hij de verguld zilveren medaille bij de gevelwedstrijd 1910-1911 van de gemeente Schaarbeek. Terloops : voor het huis ernaast, het nummer 31 van het de Jamblinne de Meuxplein behaalt Henri Van Massenhove datzelfde jaar een vierde plaats. Nog bij diezelfde gevelwedstrijd 1910-11 worden aan andere architecten die in de Opaalwijk hebben gebouwd een prijs toegekend, vermits Ernest Chaineux er de zilveren medaille behaalt voor het huis Artanstraat 128 en een andere vierde plaats toegekend wordt aan Henri Jacobs[7] (voor het Weldoenersplein 19).

Een jaar later bij de gevelwedstrijd 1911-1912, behaalt Arthur Verhelle een vierde plaats voor zijn gebouw op het nummer 38 van hetzelfde de Jamblinne de Meuxplein. Het is het jaar dat Adolphe Pirenne, die er het hoekhuis aan het nummer 40 bouwde, een derde prijs behaalt[8].

Verhelle heeft nog andere prijzen gewonnen: voor een ontwerp van gemeenteschool in Etterbeek, en, in 1906, de eerste prijs bij de gevelwedstrijd van de gemeente Laken voor een huis op de Emile Bockstaellaan.

Zijn hoog werkritme vertraagt niet na de Eerste Wereldoorlog. Reeds in 1917 geeft de burgemeester van Roeselare hem en de architecten René Doom[9] en Jerome Vermeersch[10] opdracht, in samenwerking met de beeldhouwer Jules Lagae[11], de naoorlogse reconstructie van die stad voor te bereiden. Omdat dit kwartet dat tijdens de oorlog in Brussel verblijft niet over de kadasterplannen van Roeselare beschikt, zijn in 1919 enkele aanpassingen aan het algemeen stadsherstelplan nodig. Zij worden snel door de gemeenteraad van Roeselare gestemd en datzelfde jaar nog worden de werken opgestart. In 1921 werkt Verhelle nog samen met Doom voor de bouw van een burgerwoning in Roeselare.

Naast het bouwen van talrijke woningen, verzekert hij gedurende de jaren 1920, samen met zijn zoon Charles (1901-1985) de volledige architecturale controle voor het bouwen van de stad Heliopolis bij Cairo (Egypte)[12].

Hij bouwt het Belgisch paviljoen voor de Internationale Tentoonstelling van Rio de Janeiro (Brazilië) van 1922 en dat van de Internationale Tentoonstelling van Barcelona (Spanje) in 1929.

In 1924-26 vergroot hij het kasteel Empain in Edingen.

Arthur Verhelle hanteert met gemak alle architectuurstijlen: neogotiek, Vlaamse neorenaissance, eclecticisme, Art Nouveau, tot Beaux-Arts. Deze laatste stijl vindt men onder andere terug in de grote herenhuizen die hij in 1924 en 1928 op het einde van de Louizalaan[13] verwezenlijkt.

Hij vermindert zijn professionele bezigheden rond zijn zeventig jaar: het succes van zijn zoon die zijn atelier heeft verder gezet, verzacht zijn oude dagen. Maar hij blijft werken: voor de Sint-Albertkerk in de Victor Hugostraat tekent hij tijdens de Tweede Wereldoorlog, de marmeren zijaltaren. Zij worden er in 1944 geplaatst.

Hij overlijdt in Brussel op 1 april 1951, twee weken voor zijn 86ste verjaardag. Hij werd ten aarde besteld op de begraafplaats van Sint-Joost-ten-Node, zoals zijn confraters Henri Jacobs, René Doom, Henri Van Massenhove en Albert Delcorde.

Pierre Dangles, 15 mei 2012


[1] Louis Delacenserie (Brugge 1838 – Brugge 1909). Prijs van Rome in 1862. Hij is gedurende vele jaren stadsarchitect en directeur van de Academie van Brugge geweest. Door zijn onderwijs, zijn restauraties en zijn nieuwe werken is hij bepalend geweest in het huidig uitzicht van Brugge. Tevens auteur van het Centraal Station van Antwerpen en van de HH, Pieter-en-Pauluskerk van Oostende. In Schaarbeek realiseerde hij een huis aan de Louis Bertrandlaan.
[2] Vijftien jaar later werd de Grote Prijs van Rome behaald door Servais Mayné, aan andere architect die in de Opaalwijk heeft gebouwd.
[3] Egide Rombaux (Schaarbeek 1865-Ukkel 1942) is de beeldhouwer o.a. van het standbeeld voor Gabrielle Petit (Sint-Jansplein), van het Dodenmonument van Tienen, van het standbeeld van kardinaal Mercier (naast de Sint-Goedele-en-Michielskathedraal). Leraar aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten van Brussel van 1929 tot 1935.
[4] Hoewel geenszins flamingant, is Verhelle een van de zeldzame architecten in Brussel die vaak zijn gevels signeerde met A.Verhelle, Bouwmeester.
[5] Godefroid Devreese (Kortrijk 1861-Brussel 1941) is de beeldhouwer o.a. van het Weldoenersmonument op het gelijknamige Schaarbeeks plein. Devreese is ook auteur van heel wat medailles en medaillons. Hij heeft zestig jaar in Schaarbeek gewoond en was zeer goed bevriend met de architect Henri Jacobs.
[6] Veertien meter hoog: het is een van de belangrijkste standbeelden van België. Het architecturaal gedeelte is indrukwekkend.
[7] Henri Jacobs palmt talrijke prijzen in bij de gevelwedstrijden van de gemeente Schaarbeek: Jacobs is negen maal laureaat in vijf van de negen jaren voor de Eerste Wereldoorlog dat de gemeente deze wedstrijden organiseert.
[8] Met een huis dicht bij de Opaalwijk, namelijk in de Theodore Rooseveltstraat.
[9] Réné Doom was afkomstig uit Roeselare (zie zijn biografische nota).
[10] Jérome Vermeersch (1884-1963) kwam ook uit West–Vlaanderen maar bleef later in Brussel wonen (zie zijn biografische nota).
[11] Ook Lagae was afkomstig uit Roeselare.
[12] Alle plannen voor de in Heliopolis op te richten bouwwerken werden hen voor advies voorgelegd. Zij hadden als opdracht de studie van de conformiteit met de bestuursreglementen die de CER  [de bouwheren: Cairo Electric Railways and Heliopolis Oases Company] had opgesteld en de beoordeling van de esthetiek van de ontwerpen. De Verhelles mochten in voorkomend geval er toe gebracht worden correcties aan de voorgelegde ontwerpen voor te stellen of, in sommige gevallen, een nieuw ontwerp te eisen. Deze procedure werd niet alleen toegepast voor de nieuwe constructies maar ook voor elk ontwerp van wijziging van de gebouwen, of het nu een verhoging of een simpele gevelwijziging betrof. Met dit laatste werden ook de wijzigingen aan de lijstwerkpatronen en aan de versieringen. De esthetische controle kon belangrijke geschillen opwekken met de eigenaars of de meest strijdlustige of meest weerbarstige architecten, maar over het geheel genomen moet vastgesteld worden dat de adviezen gerespecteerd werden en ruim opgevolgd. (Mercedes Volait, « Un ensemble urbain Art déco en Egypte : Héliopolis, banlieue du Caire » Arquitecturas Art Déco en el Mediterráneo, Barcelona : Edicions Bellaterra, 2008, p. 221-254)
[13] Gelegen aan de nummers 547, 549 en 551 van een afgesloten deel van de Louizalaan, nu vaak aangeduid als de Miljonairendreef, hebben deze woningen ook aanhorigheden aan de Louis Legrandlaan, eveneens van de hand van Verhelle.

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen