Eugène Neutens

De immer voortschrijdende tijd kan de oorspronkelijke functie van een gebouw doen vergeten. Zo zien vele voorbijgangers in het nummer 13A van het de Jamblinne de Meuxplein een vroegere conciërgewoning van een achterin gelegen villa. Zij vergissen zich: het is een van de eerste bouwwerken voor verhuur van auto’s in Brussel. Eugène Neutens, geboren in 1884, is er de auteur van.

De eerste belangrijke verwezenlijkingen van deze miskende architect worden net voor de Eerste Wereldoorlog in Brugge opgericht[1].

Tijdens deze oorlog is Neutens actief in de wederopbouw. Enkele neutrale landen wensen ons land hulp te bieden met het stimuleren van de wederopbouw in de Belgische gebieden die hebben geleden onder de gevechten van 1914. Het meest gekende initiatief is het Œuvre Suisse belge. Vermits de internationale verdragen architecten van de bezettende overheid uitsluiten, steunt OSB op de medewerking van Belgische architecten die niet onder de wapens of gevangen zijn en die niet naar het buitenland zijn gevlucht, zodat zoveel mogelijk een Belgische regionalistische architectuur teruggevonden wordt. Voor Brussel en Brabant kiest OSB onder andere de architecten Alfred Minner[2], François Verheyen en Neutens.

Neutens verricht aldus de wederopbouw van heel wat huizens en winkels, onder andere in Eppegem.

Tijdens de bezetting wensen ook de Duitsers de wederopbouw te stimuleren, als middel tot het winnen van de sympathie van de Belgische bevolking die te lijden heeft onder een gebrek aan degelijke woningen en onder werkloosheid. Ook zien de bezetters wederopbouw als propaganda, bij de buitenlandse journalisten, voor Duitse efficiëntie en niet-barbaarsheid. Maar de Belgische architecten en administratie zijn in doorsnee zeer huiverig voor samenwerking met de bezetters, en, vanaf 1917, zijn de Duitsers geneigd de internationale conventies aan hun laarzen te lappen, en wederopbouw toe te vertrouwen aan Duitse architecten. Na de vlucht van de Duitsers in 1918, neemt de Dienst voor Verwoeste Gebieden de dossiers over. Dank zij zijn ervaring terzake wordt Neutens onmiddellijk ter hulp geroepen. Tot in 1919 beëindigt hij de heropbouw van vele onafgewerkte huizen, voornamelijk in Kapelle-op-den-Bos.

De Tervurenlaan is gekend door enkele prachtige herenhuizen en paleizen. Onder deze is de villa[3] op het nummer 245 het werk van de Nederlandse architect Michiel Brinkman (1873-1925), auteur onder andere van de befaamde Van Nelle-fabriek. Deze villa wordt gebouwd rond 1924. Brinkman, waarschijnlijk al ziek, vraagt Neutens toezicht te houden op de bouw.

Het is in april 1929 dat Neutens de plannen tekent van de garage met woonst aan het de Jamblinne de Meuxplein.

Soberder is het huis dat hij opricht aan het nummer 51 van de Max Roosstraat, eveneens in Schaarbeek.

Neutens evolueert meer en meer naar het modernisme. In die stijl ontwerpt hij het opbrengstgebouw dat hij in 1936 aan de Clementinalaan in Sint-Gillis opricht.

Het gebouw aan de Nachtvlinderslaan, dicht bij de Franklin Delano Rooseveltlaan, is van dezelfde slag. Het dateert uit 1939.

Momenteel kent men geen enkel werk na 1940 van die architect, wiens werk en loopbaan nog grotendeels te ontginnen zijn.

Eugène Neutens is lid geweest van de Société Centrale d’Architecture de Belgique van 1911 tot zijn overlijden, in 1960.

Pierre Dangles, 26 september 2012



[1] Het betreft twee bel-étage huizen en een herenhuis uit 1914 aan het begin van de Koningin Elisabethlaan.
[2] Alfred Minner (1880-1972) heeft ook in de Opaalwijk gebouwd. Aan zijn biografische nota wordt nog gewerkt.
[3] Op ditzelfde terrein had Brinkman twee jaar tevoren een bestaande villa omgebouwd voor Fernand Pisart, directeur van een belangrijke Zinkwitfirma uit Eijsden. Omdat het gebouw niet voldeed, werd het gesloopt voor de nieuwe villa, die nu nog bestaat. Voornamelijk ontworpen voor feesten en recepties, bevat de villa vele bad- en slaapkamers, maar geen enkele werkkamer.

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen