Georges Acarin Jr

Julien Acarin is schrijnwerker in het Henegouwse Leuze. Zijn zoon, Georges Arthur Acarin, geboren te Leuze in 1871, is schrijnwerker in Leuze.

Maar in het laatste kwart van de 19de eeuw wenkt de hoofdstad van België meer dan ooit. Eerst neemt Georges Arthur een voorsmaakje van Brussel, waar hij zijn oudere broer Julien Jr terugvindt. Die heeft er een plaatsje als bediende gevonden, alsook een echtgenote, Marie Vandenbussche.

Marie heeft een zus Julie, bevallig en kunstzinnig. Georges Arthur huwt Julie Vandenbussche in juli 1895 te Brussel maar voor de bevalling van hun eerste kind trekt het koppel naar de geboortestad van de vader. Zo komt het dat Georges Julien Acarin geboren is in Leuze-en-Hainaut op 4 april 1896.

Het jaar daarop verlaat Georges met zijn familie definitief Leuze. Hij vestigt zich eerst in Molenbeek, dan in Brussel en uiteindelijk in Sint-Joost. Er is werk voor een schrijnwerker in Brussel, waar men meer en meer bouwt. En Georges senior ziet het groot: hij wordt schijnwerker-aannemer-bouwpromotor. Hij bouwt tientallen huizen in Sint-Joost en Schaarbeek, zoals uiteengezet in de biografische nota die aan hem gewijd is.

Het echtpaar krijgt twee andere kinderen: Germaine, geboren in 1898, en Marguerite, geboren in 1904. De twee dochters zullen bekendheid verwerven in de kunstwereld onder de respectievelijke namen Germaine Robert-Acarin en Akarova.

Georges Julien groeit als het ware op in het steeds maar groeiend atelier van de vader en wordt aangetrokken door architectuur. Dat atelier is uiteraard een uitstekende leerschool, maar als kind van zijn tijd voelt Georges Junior toch meer voor de Art Decostijl en het modernisme.

Het is mogelijk dat hij reeds met zijn vader heeft meegewerkt bij de bouwen van diens houtmagazijn in de Wauwermansstraat – Schietschijfstraat, in Sint-Joost-ten-Node, in 1921.

Zijn eerste gekende persoonlijke creatie is een reeks van drie huizen in de Albert de Latourstraat (nummers 54, 56 en 58) in Schaarbeek. Zij dateren van 1923. Men ziet er al het subtiel spel van insteek en uitstek aan vensters en deuren dat hij op voortreffelijke wijze ook toepast op de gevel van het huis dat hij het jaar daarop opricht in de Opaalwijk, op het nummer 59-61 van de gelijknamige laan. Het is een van de mooiste art-decogevels van de Opaalwijk, des te meer een succes dat het huis, met veel gevoel voor harmonie, verhoogd werd met een verdieping – met wijziging van de zolder in mansardes – door architect Josse Mouton in 1927.

In die periode woont Georges Julien nog steeds bij zijn ouders, in de Clayslaan. In 1926 bouwt hij voor zichzelf en voor zijn oom Julien, inmiddels gevestigd als boekhouder, twee modernistische huizen, in de Sint-Hubertusstraat (nummers 38 en 40) in Sint-Pieters-Woluwe.

Uit hetzelfde jaar dateert een appartementsgebouw dat hij in Etterbeek, aan de Joseph Vandersmissenlaan 13-15, opricht.

Het is het laatste – momenteel gekende – werk van Georges Julien Acarin. De dood, waarschijnlijk onder de vorm van vliegende tering, ontrukt hem aan de zijnen – en aan de architectuur – op 29 augustus 1930. Hij was 34 jaar.

Pierre Dangles, 6 februari 2013, herzien op 21 oktober 2015

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen