Georges Acarin Sr

Georges Acarin Senior is geboren in het Henegouwse Leuze op 25 februari 1871. Hij heeft een oudere broer Jules (1866-1955). Beide broers trekken naar de hoofdstad en huwen er twee zusters Vanden Bussche, uit Sint-Joost-ten-Node.

Het echtpaar Georges en Julie krijgt drie kinderen: Georges Junior, Germaine en Marguerite. Alle drie bewandelen ze de weg van de kunsten.

Georges Junior wordt architect. We zullen binnenkort een nota aan hem wijden want ook hij bouwt in de Opaalwijk.

Germaine (1898-1969), gekend onder de naam Germaine Robert-Acarin, wordt kunstschilderes. Zij schildert voornamelijk landschappen van België en het Middellandse Zeegebied, Afrikaanse onderwerpen en religieuze thema’s. Zij experimenteert met verbrand hout geïnspireerd op traditionele Afrikaanse technieken maar in een Art deco geest. Zij ontwerpt ook decors en danskostuums. Haar invloeden liggen bij Gauguin, Afrikaanse kunst en fauvisme. Zij is ook beeldhouwerster, pianiste en pedagoge.

Marguerite (1904-1999) wordt als danseres beroemd onder de naam Akarova, naam uitgevonden door haar eerste echtgenoot, de schilder Marcel-Louis Baugniet (1896-1995). Akarova is ook schilderes, beeldhouwster, zangeres, pianiste, scenografe, choreografe en ontwerpster van danskostuums. De architect Jean-Jules Eggerickx (1884-1963) bouwt voor haar in 1936 een klein theater in de Renbaanlaan 72 te Elsene, waar zij tot haar dood woont en werkt of ontvangt. Het gebouw is geklasseerd als monument sinds 1992.

Het staat vast dat de drie kinderen opgegroeid zijn in een milieu met interesse voor kunst: de moeder heeft veel aanleg voor muziek en is een voortreffelijke pianiste; de vader is een autodidact in de kunsten, zoals Akarova hem later beschreven heeft.

Maar alvorens deel uit te maken van de verlichte burgerij, heeft Georges Acarin gezwoegd. Na zijn aankomst in Brussel, vervolmaakt hij zijn beroep van schrijnwerker bij anderen en vestigt zich dan voor eigen rekening, in de Sint-Jooststraat, achter de Sint-Joostkerk.

Langzaam aan wordt hij schrijnwerker-aannemer en vestigt zich, nog steeds in Sint-Joost-ten-Node, in de Hoevestraat 64.

Hij begint huizen te bouwen en weldra slaagt hij erin in feite als bouwpromotor op te treden: hij bouwt voor eigen rekening en verkoopt de huizen nadien.

Het eerste bouwwerk van Acarin in de Opaalwijk dateert uit 1910: het betreft het laatste huis van het de Jamblinne de Meuxplein, naast de huidige apotheek.

In 1912 onderneemt hij de bouw van twee huizen naast elkaar: het nummer 95 van het Eugène Plaskyplein en het hoekhuis met de Léon Frédéricstraat (nummer 3)[1].

Deze laatste straat trekt hem aan: voor de Eerste Wereldoorlog bouwt hij er, in 1912 de nummers 10, 20, 22 en 24, in 1913 de nummers 12, 32 en 34 en in 1914 de nummers 5 en 26.

In die tijd was de titel van architect niet beschermd: met enige kennis kon een metser, een landmeter, een tekenaar een huis bouwen. Georges Acarin tekende zijn plannen als eigenaar-architect. Het is niet geweten of hij zelf de auteur was van de huizen of hij in zijn bedrijf tekenaars in dienst had.

Hoe dan ook: de aannemer Georges Acarin heeft wel heel wat huizen in Sint-Joost-ten-Noode en Schaarbeek neergepoot. Ontegensprekelijk is ook de rijkdom aan variaties die hij in zijn creaties verwezenlijkt. Wandel eens door de Léon Frédéricstraat en observeer al zijn constructies: geen een is gelijkend. Hij speelt met vormen en met kleuren en schept aldus, zonder dat men er in eerste instantie van bewust is, een geslaagde harmonie van verschillen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vertraagt de bouw zienderogen. Acarin legt zich meer en meer toe op zijn activiteit van handelaar in hout en houtprofielen. In 1921 bouwt hij in de Wauwermansstraat 11 en Schietschijfstraat 20-22 een entrepot voor hout[2]. Net voor de Oorlog had hij zich in Schaarbeek gevestigd in de Claysstraat, op het nummer 72.

Hoewel men nog enkele naoorlogse verwezenlijkingen van Acarin kent[3], leeft hij voortaan vooral van zijn handel et laat het bouwen over aan zijn zoon architect.

Diens voortijdige dood versombert wel zijn laatste jaren. Hij overlijdt op 14 februari 1935, enkele dagen voor zijn 64ste verjaardag.

Pierre Dangles, 22 augustus 2012



[1] Nu een Italiaans restaurant met ingang langs de Eugène Plaskysquare.
[2] Het houtmagazijn staat nog vermeld in de inventaris van het bouwkundig erfgoed van Sint-Joost-ten-Node, verschenen in 1997 maar werd sindsdien geruimd.
[3] Bijvoorbeeld: verbouwing van een gelijkvloerse verdieping van café tot woonplaats, Stevinstraat, in 1921.

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen