Georges Dhaeyer

Het portret van Georges Dhaeyer is te bekijken in onze fotogalerij Architectenportretten

3 november 1867. Grootvader Pier Dhaeyer is uit het Oostvlaamse Schoorisse overgekomen om op het stadhuis van Brussel te getuigen bij de aangifte van de geboorte, twee dagen tevoren, van de kleine Georges Pierre Joseph, zoon van Theophile, die met zijn vrouw naar de hoofdstad was uitgeweken.

Pier en Theo zijn schrijnwerkers maar de kleine Georges zal nog betere kansen krijgen, zo wordt rond de wieg beslist.

In het eerste jaar van de Grieks-Latijnse humaniora aan het Institut Saint-Louis te Brussel, moet de jonge Georges echter zijn studies onderbreken om zijn met financiële pech kampende familie te helpen. Hij besluit dan de avondlessen architectuur te volgen die de Broeders der Christelijke scholen sinds enige tijd organiseren in Schaarbeek.

Na zich zowat elke studiejaar met verscheidene prijzen onderscheiden te hebben verlaat hij in 1892 de Sint-Lucasschool[1] met het diploma en met het geloof in de er verkondigde neogotiekstijl.

In die stijl bouwt hij zijn eigen woonst met atelier in de Noordoostwijk, aan de Karel De Grotelaan 34, en voorts, in Schaarbeek, het hoekhuis Ooststraat 2-Haachtsesteenweg en het hoekhuis Paleizenstraat 128-Groenstraat. Verder bouwt hij ook verscheidene kloosters-met-kerk : voor de Clarissen, voor de Zusters van de Wijsheid en voor de Redemptoristen, o.a. in Jette en in Essen (provincie Antwerpen).

Zijn cliënteel, vrij snel voornamelijk bestaand uit godsdienstige gemeenschappen, aristocratische families en de hogere financiële kringen, houdt hem op het pad van de klassiekere bouwstijlen.

Niets vooruitstrevends dus aan het huis dat Dhaeyer op het nummer 37 van het de Jamblinne de Meuxplein bouwt voor Laure Jourdain, dochter van een katholieke persmagnaat.

Door de degelijkheid van zijn bouwen zal Dhaeyer soms wel in de prijzen vallen : bij de gevelwedstrijd van Schaarbeek van 1907-08 ontvangt hij voor de woonst aan de Louis Bertrandlaan 15 de zilveren medaille.

Hij heeft ook het weeshuis van Halle, de kantoren van SOFINA te Brussel, alsook gebouwen voor de buurtspoorwegen ontworpen. Zijn restauratieopdrachten omvatten het kasteel van de graven Moretus-Plantin te Boechout, het kasteel van de hertogen d’Arenberg te Schoonhoven en de kerken van Brussegem en van Wemmel.

Dank zij de steun van Georges had zijn vader Theophile – op het eind van diens leven schrijnwerker-aannemer geworden – nog zelf enige huizen kunnen bouwen. Later werkte Georges ook samen met zijn zoon Paul[2] (1897-1969), ontwerper o.a. van de school Roi Baudouin in de Felix Marchalstraat, vlak bij de Opaalwijk. Ook de kleinzoon Stéphane Dhaeyer (1930-2010) heeft de familiale architectensporen gevolgd.

Georges overleed te Schaarbeek op 20 januari 1939. Bij het overlijden van zijn weduwe, in 1953, werd zin graf overgebracht naar de begraafplaats van Elsene.

Pierre Dangles, 19 juni 2012



[1] Hij zal onmiddellijk broeder Marès-Joseph, stichter-architect van Sint-Lucas,  bijstaan in zijn plannen voor het bouwen van de Sint-Lucasschool van Sint-Gillis.
[2] Paul zal trouwens in het pand van het de Jamblinne de Meuxplein verbouwingswerken uitvoeren.

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen