Guillaume-Chrétien Veraart

Geboren in Bergen-op-Zoom (Nederland) op 31 mars 1872 als Wilhelmus Johannes Henricus Veraart laat deze behangerszoon zich vaak Guillaume Chrétien heten. Hij ondertekent zelfs dikwijls gewoon Chrétien Veraart.

Zeer jong aangekomen in België – hij wordt zelfs in 1910 tot Belg genaturaliseerd – vat hij architectuurstudies aan in de Sint-Lukasschool van Schaarbeek, die hij in 1895 verlaat met het diploma en het onwankelbaar geloof in de neogotische stijl die er gedoceerd wordt.

Hij heeft dan ook stage gelopen bij andere adepten van deze stijl: eerst Ramaekers[1], waarmee een goede band blijft[2], daarna Langerock[3].

Dra restaureert en ontwerpt Veraart talrijke kerken over het hele land. In Brussel is hij de auteur van de H. Remigiuskerk aan de Jubelfeestlaan te Molenbeek en de Kerk van het Kostbaar Bloed in Ukkel.

Daarnaast wordt hij ook in katholieke middens veel gevraagd voor herenhuizen. In de Opaalwijk bouwt hij in 1912 op het nummer 131 van de Emile Maxlaan een herenhuis voor een boekhouder.

Vlakbij de Opaalwijk bouwt hij het eerste huis aan de onpare kant van de Auguste Reyerslaan, op de hoek met de reeds deels bebouwde Vergotesquare. Op een café naast het Meiserplein na, is dit het enige bouwwerk van de hele Reyerslaan waarvoor de bouwaanvraag werd ingediend vóór de Eerste Wereldoorlog, namelijk op 6 juni 1914 door de katholieke persmagnaat Paul Jourdain. Veraart zal het herenhuis pas tijdens de oorlog kunnen klaar krijgen[4].

Veraart wordt ook vaak gesolliciteerd voor zijn restauratiekwaliteiten: men vertrouwt hem onder andere de restauraties toe van de Terkamerenabdij en van het Rubenskasteel te Elewijt. Na de Eerste Wereldoorlog wordt hij gelast met de heropbouw van de OLV-kerk van Dinant, die zwaar toegetakeld werd tijdens de bombardementen en de brand door het Duitse keizerlijk leger in 1914. Veraart draag ook sterk bij tot de heropbouw van het door die oorlog haast volledig verwoeste Ieper.

Vandaag is het moeilijk te geloven dat de art nouveau-stijl ooit in sommige katholieke middens als wulps of zelfs pervers werd beschouwd. In 1920 koopt baron Descamps-David een herenhuis op de Louizalaan dat door Victor Horta was ontworpen. Die katholieke oud-minister van Wetenschappen en Kunsten gelast Veraart met de radicale verbouwing van de gevel in Beaux-Arts-stijl, wat in de Belgische kunstmiddens heel wat ophef veroorzaakt. Petities, steunbetuigingen uit de hele wereld aan Horta[5] en talrijke verhitte discussies hebben geen invloed: de gevel wordt gewijzigd. Deze zaak legt Veraart geen windeieren, integendeel.

Veraart heeft scholen, herenhuizen, kastelen, villa’s, woningen gebouwd. Hij restaureerde of vergrootte de Sint-Lambertuskerk van Sint-Pieters-Woluwe, de Sint-Pieterskerk van Ukkel en de OLV-kerk van Jette.

Hij overlijdt in Elsene op 10 januari 1951.

Pierre Dangles, 16 september 2012, eerste herziening 26 januari 2013



[1] Jean Ramaekers (1837-±1912), oud medewerker van Henri Beyaert. Auteur van het Institut Ste-Marie te Sint-Gillis en van talrijke neogotische huizen in Sint-Joost, Etterbeek en de Noordoostwijk. Had zijn bureau samen met zijn zoon Edouard Ramaekers (1864-1941), een van de briljantste eerste studenten van Sint-Lucas Schaarbeek (Grote prijs in 1891 met zijn ontwerp van een ziekenhuis voor een gemeente als Schaarbeek), auteur van de inmiddels afgebroken Sint-Annakerk te Koekelberg en van de kathedraal van Boma (Kongo). De eigen woonst van Edouard helt wel over naar Art Nouveau. De zoon van Edouard, Joe Ramaekers (1900-1975) was ook architect en pionnier van het modernisme in België alvorens in 1945 naar Zuid-Afrika uit te wijken.
[2] Stéphanie, bijgenaamd Fanny, de dochter van Jean Ramaekers, huwde Guillaume-Chrétiens broer, de schilder-decorateur Guillaume-Henri Veraart (1867-1929).
[3] Pierre Langerock (Gent 1859-Leuven 1923). Restaureerde een tiental kerken, verscheidene kastelen (waaronder dat van Laarne en de Mérode in Westerloo), de stadhuizen van Leuven, Geraardsbergen, Oudenaarde en Borgloon. Auteur van het station van Binche en van het Postgebouw van Kortijk en van een eerste, vooroorlogs, ontwerp voor de basiliek van Koekelberg.
[4] Na de Tweede Wereldoorlog wordt deze imposante woonst met vele salons gedurende jaren, zelfs tot voor kort, the place to be voor huwelijksrecepties.
[5] Bij de opmerkelijke reacties merken we het protest van de Vereniging van Belgische Stedebouwers-Société des Urbanistes Belges (juni 1921). Ook, het Manifest (mei 1921) van de Figuristen, een groepering jonge kunstenaars die zeer verontwaardigd waren dat “de barbaren een van de mooiste werken van Victor Horta hebben kunnen breken en vernielen” Bij de ondertekenaars vinden we Maurice Langaskens, auteur van een indrukwekkend fresco in de Gemeentelijke school 13, Roodebeeklaan en Emile Vermeersch, beeldhouwer en broer van de architect Jérôme Vermeersch.

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen