Jules Barbier

Het portret van Jules Barbier is te bekijken in onze fotogalerij Architectenportretten

Het oudste nog bestaand gebouw uit de Opaalwijk blijkt op het de Jamblinne de Meuxplein te liggen. Nu draagt het nummer 7-9 maar toen het opgericht werd bestond dat plein nog niet: Kortenberglaan 207 was het adres. Het gebouw huisvest nu de Nederlandstalige school Carolus Magnus (ex-Hendrik Conscienceschool) maar heeft al heel wat watertjes doorzwommen[1].

In 1883 dient de kunstschilder Emile Outtelet (1835-±1888) een aanvraag in voor het bouwen van een villa. Het gebouw is bedoeld als zomerverblijfplaats, maison de campagne zoals dat toen heette, voor de kunstschilder die in de Twaalfapostelenstraat in Brussel woonde. Het landgoed was veel groter dan nu: het kwam overeen met de huidige nummers 7 tot en met 13A, dit betekent incluis de later geplaatste gebouwen 10 tot 13A: het herenhuis door Servais Mayné, de dubbelwoningen door Charles Van Elst en de garage met woonst door Eugène Neutens.

De archieven vermelden de ontwerper van de villa van het landgoed niet maar het dient aangestipt dat de oudere broer Joseph Outtelet (1833-?) landmeter en architect[2] was.

Na het overlijden van Emiles weduwe in 1904 ging het domein over in de handen van hun oudste zoon schilder-decorateur Georges Outtelet (1872-?) die aan Jules Barbier vroeg een veranda en een atelier met kantoor aan te bouwen, respectievelijk in juni en december 1905.

Hoewel van verschillende markten thuis, maakten zijn uitgebreide stijlenkennis en zijn uiterst degelijke technische vorming de Schaarbekenaar Jules Barbier[3] vooral tot een uitgelezen restauratie- en heropbouwspecialist. Hij had zijn stiel voor het merendeel bij architect J.J. Van Ysendyck (1836-1901) geleerd, onder andere bij het bouwen van het gemeentehuis van Schaarbeek waarvoor hijzelf trouwens in 1905 met de herstellingswerken gelast werd.

Datzelfde jaar bouwt hij, in neo-vlaamse renaissance stijl, het gemeentehuis van Oostmalle. Verder werden het stadhuis en de Lakenhalle van Zoutleeuw (1894-1910), de Sint-Martinuskerken van Sint-Martens-Lennik (1907) en van Meise (1895), alsook de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Herent (1897-1903), de Sint-Aldegondiskerk te Noirchain (1894) en parochiekerk Sint-Lucas te Vloesberg (1897-98) onder zijn leiding gerestaureerd.

Zijn jong verworven reputatie in de monumentenzorg leidde hem tot de opdrachten voor Oud-Brussel ofte Bruxelles-Kermesse op de Wereldtentoonstellingen te Brussel in 1897 en in 1910, de zo gegeerde pittoreske historische reconstructies.

Barbier werd ook gevraagd voor openbare gedenktekens; in samenwerking met de beeldhouwer Charles Samuel het monument voor minister Pierre Van Humbeek[4] en met Charles Vanderstappen het monument voor kunstschilder Verwee[5]. Ook de toegang tot de begraafplaats van Sint-Stevens-Woluwe en tot die van Quenast waren van zijn hand.

Toch moet Barbier bij de progressistische architecten gerekend worden: zijn art-nouveauproducties, voornamelijk in de buurt van het Jubelpark, Ijzerlaan 5 en 6 (1900, 1907) en in Sint-Gillis (Morisstraat 37 (1899) verdienen trouwens meer aandacht.

In een minimum van tijd maakt een brand in augustus 1910 zijn laatste werk Oud-Brussel ofte Bruxelles-Kermesse [6]met de grond gelijk.

Een inwendig smeulend vuur brandt datzelfde jaar Barbier weg: hij was vijfenveertig. Hij maakt niet meer mee hoe enkele weken later het vuur nog eens tekeer gaat: in het gemeentehuis van Schaarbeek… Het vuur vernietigde zijn geboorte- en overlijdensakten.

Zelf het pas opgerichte halfsatirische weekblad Pourquoi Pas? (27 april 1911) wordt er eventjes stil van: ”die arme Jules Barbier, weggemaaid in volle levenskracht, talent en in volle bekendheid”.

Pierre Dangles, 18 januari 213 (aanpassing van artikel uit 1999)



[1] Een tweede deel van de geschiedenis van dit gebouw vindt u in de biografische nota van Auguste François.
[2] Joseph Outtelet studeerde af aan de Academie van Schone Kunsten van Brussel in 1856.
[3] Vermoedelijk geboren in 1865.
[4] Brussel, Antoine Dansaertstraat 129, hoek Papenvest, 1901
[5] Schaarbeek, Colignonplein, verwerkt in het huis nummer 12.
[6] Ook Ernest Chaineux werkte mee aan Bruxelles-Kermesse. Hij werkte bij Franz Van Ophem maar assisteerde ook Barbier, die toen al ziek was.

 

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen