Jules Gunst

Wat bracht de Westvlaming Gunst tot Schaarbeek? Liefde? Onwaarschijnlijk, zijn vrouw was ook een West-Vlaamse. De bouwwoede in de jaren 1910 in het Brusselse? Misschien.

Geboren te Westende op 18 januari 1879, zoon van een timmerman, echtgenoot van Marie Verlende, komt de architect en landmeter Jules Gunst in 1912 in Brussel aan, vestigt zich in de Chazallaan 90, van waaruit hij bouwwerken in de ontluikende Diamantlaan aanvat. Eerst het nummer 125, voor zichzelf (1912), dan het ernaast gelegen nr. 123 (1913). In 1914 bouwt hij wat verder, naast het trio huizen van architect Decnop, de nummers 111 en 113, alsook een woning in de Prekelindenlaan 45 in Sint-Lambrechts-Woluwe.

Dat is alles wat van hem gekend is in het Brusselse. De Eerste Wereldoorlog brengt hij waarschijnlijk in Schaarbeek door, want in 1920 is zijn woonplaats nog steeds in de Diamantlaan 125, maar het vele heropbouwwerk in het geteisterde West-Vlaanderen leidt hem terug naar de Kust. Hij staat niet stil: in 1922 woont hij in Koksijde, dan in Nieuwpoort, in 1927 is hij in Oostende gedomicilieerd en vijf jaar later terug in Nieuwpoort.

In zijn geboortestad Westende bouwt hij in 1922 een lagere en kleuterschool en een brouwerij. Het jaar daarop bouwt hij in de Marktstraat te Nieuwpoort 3 woningen. Uit 1924 kennen we van hem een huis in Brugge.

Van 1925 tot 1929 herbouwt hij het tijdens de oorlog haast volledig vernielde kasteel De Blankaart in Woumen bij Diksmuide; het ligt nu in een natuurreservaat.

In 1927 bouwt hij in de Distelstraat in Oostende vier vakantiehuizen in cottagestijl, die hij onmiddellijk weet te verkopen aan binnen- en buitenlanders die zich aan de Belgische kust willen vestigen. In 1932 doet hij dit succes nog eens over met drie vakantiehuizen aan de overkant. De zeven huizen zijn sinds 2005 geklasseerd als monument.

In 1939 bouwt hij, samen met architecten Jozef en Luc Viérin, in Knokke-Heist, aan de Elisabethlaan, de Heilige Familiekerk.

In 1948 vinden we Jules Gunst nog terug in Oostende, in de toepasselijke Bouwmeestersstraat, waar hij gedomicilieerd is in het nummer 2, dat hij zelf ontwierp. Daarna ontbreekt voorlopig elk spoor van hem. De naoorlogse chaos van het archief van de burgerlijke stand, na de vernietiging door oorlogsbombardementen van het Stadhuis van Oostende, is er vermoedelijk niet vreemd aan. Hij is waarschijnlijk begraven in Oostende, maar zijn graf werd nog niet teruggevonden.

Pierre Dangles, juli 2011

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen