Lucien Godeaux

Lucien Godeaux woonde in de Opaalwijk van 1919 tot 1926, op het nummer 109 van de Opaallaan.

Begin XXste eeuw. Auguste Godeaux is directeur van de Nijverheidsschool van Morlanwelz. Hij is begonnen als arbeider, heeft zich door noeste arbeid en avondstudie opgewerkt tot ingenieur. Het is een stugge en strenge man. Zijn vrouw is een tiental jaar geleden overleden. Hij heeft slechts één zoon, Lucien, zijn zesde kind, geboren op 11 oktober 1887.
Die zoon is echter aangetrokken door wiskunde. Reeds op het atheneum van Aat hadden zijn leraars de bijzondere gaven van Lucien opgemerkt en hem zelfs geholpen bij het publiceren van zijn eerste werken. Geen sprake van, zegt de vader, die jongen wordt ingenieur, zoals ik.
Lucien moet zich inschrijven in de Mijnschool van Bergen.
Maar gedurende dat eerste jaar publiceert Lucien naast zijn studies zeventien nota’s over wiskundige thema’s, waarvan zelfs vijf voor het Bulletin van de Klasse van Wetenschappen van de Koninklijke Academie van België. Zijn vader zwicht eindelijk en Lucien mag zich inschrijven aan de Universiteit van Luik, waar hij in 1911 als dokter in de natuurkundige en wiskundige wetenschappen afstudeert met de grootste onderscheiding. Laureaat van vele beurzen en wedstrijden reist hij vanaf 1912 naar universiteiten in Italië, Duitsland en Frankrijk.

De Eerste Wereldoorlog brengt hem terug naar België. Hij neemt vrijwillig dienst in de artillerie en eindigt de oorlog als onderluitenant. Tijdens die vier jaren pleegt hij ook een twintigtal bijdragen in buitenlandse tijdschriften.
Na de oorlog wordt hij aangeworven door de Koninklijke Militaire School, eerst als repetitor, en, vanaf 1920, als leraar voor het vak wiskundige analyse.
Hij vestigt zich dan ook in de Opaalwijk, op het nummer 109 van de gelijknamige laan. De aandachtige lezer van het artikel op deze website over het ontstaan van de Opaalwijk zal wel beseffen dat er op dat ogenblik slechts een veertigtal huizen in die laan gebouwd waren.

Eind 1925, benoemt de Belgische Staat hem tot hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Luik, wat zijn verhuis naar de Vurige Stede inhoudt. Zijn leerstoel omvat de analytische meetkunde, de projectieve meetkunde, de infinitesimaalmeetkunde en de hogere meetkunde. Met uitzondering van de hogere meetkunde staat hij die cursussen in 1946 af aan een van zijn oud-assistenten, op het ogenblik dat hij de leerstoel van wiskundige analyse en algebra bekleedt.

Gedurende heel zijn beroepsleven nam Godeaux graag deel aan congressen, colloquia en conferenties, van Straatsburg (1920) tot Toronto (Canada, al in 1924). Hij neemt heel wat maatregelen ten gunste van de wiskunde. In 1921 sticht hij, samen met Alfred Errera (1886-1960) en Théophile De Donder (1872-1957), het Belgisch Wiskundig Genootschap. In 1948 richt hij het Belgisch Centrum voor Wiskundig onderzoek op, waarvan hij tot in 1966 de voorzitter is en waarvoor hij tweeëntwintig internationale colloquia organiseert. Hij publiceert verscheidene van zijn cursussen en andere werken ter vulgarisatie van de meetkunde. Hij draagt ook bij tot een betere kennis van de geschiedenis van de wiskunde en speelt een belangrijke rol in de Koninklijke Academie van België.

(wordt vervolgd)

Pierre Blanche, januari 2012

Fin de commentaires/ Einde van opmerkingen